Er is hier niets #2

Wacht, ik wandel even naar de wifi. Het gemak waarmee je me die woorden schrijft, en het gemak waarmee ik ze opvang als nieuwe dichtregels in een leven dat soms te prozaïsch is geworden. Dat te vieren, die momenten. Ook bij jou is er kennelijk niets.

Maar ondertussen, in het dorp. Er is hier nog altijd niets, behalve misschien die kat. De kat heet Kiet en de hond heet Bob. De kat heette eerder Kot, maar toen Rusland Oekraïne binnenviel werd snel de taal van de underdog gekozen. De underdog in dit verhaal had ook ooit een originelere naam, maar bleek daar simpelweg niet naar te luisteren. Enter Bob. Bob en Kiet wonen in hetzelfde huis, maar beseffen dat nog niet. Buiten wisselen ze elkaar af in wie voorop rent, het verveelt ze vooralsnog binnen een minuut.

Ook op het plein waarop ik hele dagen uit kijk is er niets. Behalve misschien de vrouw met de regenhoed, ze paradeert over het plein en even later ontmoet ik haar in het park. De zon brandt, ze maakt korte streken op haar bergschoenen, haar Adidaspak is per ongeluk geld waard geworden de afgelopen decennia. Ze verhaalt over de natuur, dat de mensen niet beseffen wat ze stuk maken, dat er zoveel kauwtjes zijn dit jaar. Ze heeft een hoge stem, ze vertelt me hoe ze kinderen kreeg ondanks haar epilepsie. Hoe gaat het met ze, vraag ik en ze zegt: ‘Ze leven nog’.