Er is hier niets, behalve de lucht. Die draaide vandaag in rondes van lichtroze via blauw naar donker, purpergrijs en liet wat water doorsijpelen dat door zou moeten gaan voor regen maar dat alleen was voor de bruiloft die juist vandaag gehouden zou op de boerderij. De boerderij staat op een plek waar vroeger een Slot was, een plek waar adellijke heren uit de grote stad hun heil zochten als ze genoeg hadden van de reuring in de Reguliersdwars. Vandaag werden er tenten gebouwd, in de boomgaard, en aan de rand ervan stonden een stuk of 80 houten stoeltjes opgesteld voor een katheder, niets waaide om, het toonde hoopvol en vastbesloten tegelijk. In de uitgestrekte wei waar de witte reiger woont dwarrelde ver weg een bruidspaar, de voeten nat in het gras.
In het dorp verderop is ook niets, behalve vandaag, we vonden een festival dat eens per jaar timide tuinmuziek in tuinen toont in wat de smalste dorpsstraat van Nederland heet te zijn, iemand zei dat de band die er voor het vijfde jaar was klonk als donker Afrika, je moest er alleen wel je ogen voor dichtdoen. Het grote huis midden in het dorp staat leeg, vroeger woonden daar twee broers waarvan er een na zijn dood een museale collectie camera’s bleek te hebben, niemand had eerder gekeken. Er was een dorpshuis vol blonde gezelligheid, een intiem klein kerkje, er waren vooral veel huizen waar iedereen wel wilde wonen en dat werd ook steeds gezegd, hoe mooi het wonen was en dat iedereen dat wel wilde. Het koor was gekleed in blauw en wit, ze zongen trots met achter hen die purpergrijze lucht waar regen uitkwam, voor het eerst in tien jaar tijdens het festival, dat wist iedereen.